paxvoorvrede.nl maakt gebruik van cookies om je de inhoud van deze website optimaal te kunnen presenteren.

https://www.paxvoorvrede.nl/actueel/nieuwsberichten/welke-lessen-hebben-we-geleerd-5-jaar-na-hawija

Welke lessen hebben we geleerd, 5 jaar na Hawija?

03-06-2020

Bij het bombardement van Nederlandse F16’s op een IS bommenfabriek in Hawija, vandaag precies vijf jaar geleden, kwamen door explosies meer dan 70 burgers om het leven en raakten meer dan honderd burgers gewond. Vijf jaar na dato heeft Nederland, onder druk van onthullingen in de media, eindelijk de eerste stappen gezet naar meer openheid en verantwoordelijkheid voor de slachtoffers van Hawija.

Maar er is nog een lange weg te gaan. Nederland moet de identiteit van de slachtoffers nog vaststellen, in kaart brengen welke hulp zij nog nodig hebben en hoeveel compensatie gepast is.

Daarnaast moet het gesprek over de toekomst nog beginnen: Hoe gaan we ervoor zorgen dat bij de volgende missie waaraan Nederland meedoet wél een open en volwassen dialoog mogelijk is op grond van alle feiten? En hoe zorgen we ervoor dat de lessen die we leren van Hawija zo worden ingezet dat het aantal burgerslachtoffers verder wordt teruggedrongen?

Breng de slachtoffers in kaart

Veel overlevenden van de Nederlandse aanval op Hawija wonen niet meer in Hawija zelf maar in Tikrit, Kirkuk of andere steden in de regio. Vaak worden betrokkenen er liever niet aan herinnerd. Omdat het verdriet veroorzaakt, of omdat mensen bang zijn voor stigmatisering – want wat deden zij daar, in dat IS bolwerk? Dit maakt het lastig om mensen terug te vinden. Maar onmogelijk is het niet. Het hele gebied is al sinds 2017 terugveroverd op IS en is veilig en makkelijk te bereiken. Lokale partners van PAX zijn er al weer tijden aan de slag. Sommige lokale organisaties zijn een heel eind gekomen met het in kaart brengen van de slachtoffers. Een aantal van hen klaagde met hulp van advocate Liesbeth Zegveld de Nederlandse staat al aan – ze willen antwoorden, gerechtigheid en compensatie voor het leed en de schade die ze hebben ondervonden.

Nederland is nog niet zo ver. Zo gaf Nederland pas in november 2019 toe verantwoordelijk te zijn voor de aanval op Hawija. Sindsdien gaat de meeste aandacht naar de vraag wie nou precies wist wanneer er wat gebeurd was in Hawija, en waarom dat niet gemeld werd aan de Kamer. Dat zijn ook belangrijke vragen voor het gezond functioneren van een parlementaire democratie. Het is belangrijk dat het parlement zich realiseert dat het niet in staat is geweest de parlementaire, controlerende taak naar behoren uit te voeren de afgelopen jaren.

Wat doet Nederland met geleerde lessen?

Een aantal belangrijke gesprekken moet echter nog beginnen. Hoe zorgen we ervoor dat de slachtoffers van Hawija, en van andere aanvallen uit het verleden én in de toekomst, naar behoren worden geïdentificeerd, geassisteerd en gecompenseerd? En hoe gebruiken we de lessen van Hawija om het aantal burgerslachtoffers nog verder terug te dringen? Welke lessen over transparantie en verantwoording aan parlement en publiek trekken we uit de vijf jaar dat Nederland niet goed is omgegaan met het burgerleed dat het heeft veroorzaakt in Hawija? En belangrijker – wat doen we met die lessen? Welke minimale eisen stellen we als land aan de beschikbaarheid van en controle over informatie als we besluiten deel te nemen aan een missie? Welke standaarden voor transparantie naar ons eigen parlement leggen we vast en hoe voorkomen we dat die opnieuw onderdeel worden van politiek getouwtrek voorafgaand aan een besluit over deelname aan een missie?

Internationaal is er momenteel veel discussie over de gevolgen van het gebruik van explosieve wapens in bevolkte gebieden. Dit is een uitgelezen kans voor Nederland om internationaal constructief bij te dragen aan nieuwe afspraken over grotere terughoudendheid en meer transparantie over explosief wapengebruik in bevolkte gebieden.

Hier in Nederland is PAX is samen met een aantal andere organisaties in gesprek met het Ministerie van Defensie over een manier waarop we met meer samenwerking dan voorheen op al die bovenstaande vragen antwoord kunnen geven. We bieden het Ministerie daarbij onze gezamenlijke expertise aan omdat we geloven dat samenwerking tussen militaire, humanitaire en academische specialisten de beste kans biedt op een goed resultaat. Wat dat resultaat is? Dat we de volgende keer dat Nederland deelneemt aan een missie, als land open en volwassen doelen kunnen stellen, kunnen monitoren, bijsturen en besluiten kunnen nemen op grond van de feiten. Dat we die feiten beter gebruiken om  burgerslachtoffers te voorkomen. En dat we een land worden dat direct verantwoordelijkheid neemt richting de burgerslachtoffers die ook in een volgende missie, zeker, te betreuren zullen zijn.

Reageren? Praat mee op Facebook en Twitter.