paxvoorvrede.nl maakt gebruik van cookies om je de inhoud van deze website optimaal te kunnen presenteren.

https://www.paxvoorvrede.nl/actueel/nieuwsberichten/internationale-actie-nodig-tegen-leger-van-de-heer

Internationale actie nodig tegen Leger van de Heer

19-07-2011

In centraal Afrika zaait het Leger van de Heer dood en verderf. Het lukt maar niet om de leider ervan Joseph Kony aan te pakken. Tijd voor internationale actie vinden drie betrokkenen bij het conflict, waaronder vredesorganisatie IKV Pax Christi.

Het Lord’s Resistance Army (LRA) van Joseph Kony is meer dan twintig jaar actief geweest in Noord-Oeganda. Tijdens deze periode veroorzaakte het terreur op een ongeziene schaal die, samen met een overheidsbeleid die de bevolking in zogenaamde ‘beschermde dorpen’ dwong, een ongekende humanitaire catastrofe heeft veroorzaakt.

Deze crisis bleef voor lange tijd ongemerkt, wat Jan Egeland, de toenmalig VN ondercommissaris van humanitaire zaken, ertoe bracht deze crisis als het ‘meest vergeten conflict ter wereld’ te bestempelen. Deze quote zorgde er (cynisch genoeg) voor dat het conflict langzaamaan boven de radar kwam en de broodnodige internationale aandacht kreeg. Echter, de laatste vijf jaar heeft het LRA zijn activiteiten verplaatst naar een nog meer vergeten uithoek van Afrika: het grensgebied tussen Congo, Zuid-Soedan en de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Sinds eind 2007 heeft de beweging in dit gebied meer dan tweeduizend mensen gedood, meer dan drieduizend mensen ontvoerd, en een vluchtelingenstroom veroorzaakt van ongeveer vierhonderdduizend mensen. De tragedie is dat dit grotendeels ongemerkt gebeurt, en dat de bevolking totaal aan haar lot wordt overgelaten.

Voor de verschillende regimes in de regio is het conflict en de vele slachtoffers geen prioriteit: voor de Oegandese overheid is de rebelbeweging van hun grondgebied verdwenen, en het regime in Kinshasa lijkt er net een prioriteit van te maken om aan te tonen hoe het LRA geen bedreiging vormt. In het licht van de komende verkiezingen wil Kinshasa bovendien tonen hoe het de controle heeft over zijn gehele grondgebied.

Helaas is van deze controle in verschillende regio’s amper sprake. Niet alleen slaagt het Congolese leger er niet in de bevolking de nodige bescherming te bieden, ze is zelf een bron van onveiligheid. Zo ook in het door het LRA geteisterde gebied. Het Congolese regime weigert om meer, of betere, troepen in te zetten in het gebied.

Daarbovenop zijn er vele rapporten over mensenrechtenschendingen in plaats van bescherming door het Congolese leger; en zijn burgerinitiatieven om de bevolking te beschermen (comités d’autodéfense) verboden door het regime. Elders is de situatie niet beter. Het leger van de Centraal-Afrikaanse Republiek heeft wel de wil om op te treden, maar heeft niet voldoende capaciteit. En in Zuid-Soedan is de bevolking grotendeels afhankelijk van burgerinitiatieven om zichzelf te beschermen.

Des te schrijnender is dat ook de internationale gemeenschap nauwelijks nog wakker ligt van dit vergeten conflict. Toch was er even hoop. Zo werd in mei 2010 in de VS de ‘Lord’s Resistance Army Disarmament Act’ in wet omgezet en werd door president Obama in november 2010 een nieuwe strategie voorgesteld. Ook heeft ondermeer de Wereldbank een initiatief genomen.

Echter, buiten militaire steun aan het Oegandese leger – dat het LRA verder heeft opgejaagd – is er weinig actie ondernemen door de VS. De Wereldbank heeft een internationale werkgroep opgericht over het LRA, maar deze dreigt een kort leven te zijn beschoren. Ook de VN is onvoldoende betrokken bij het conflict: de VN Veiligheidsraad weigert om het punt te agenderen; en de VN vredesmacht heeft niet voldoende mandaat om de burgers te beschermen. De Afrikaanse Unie probeert nu internationaal leiderschap te ontwikkelen door de coördinatie van de militaire inspanningen van de vier landen op zich te nemen en de vorming van een gemeenschappelijke brigade van de vier betrokken landen te initiëren. Hiermee neemt de reële militaire capaciteit echter niet toe en het valt niet te verwachten dat de bestaande troepen een serieuze bedreiging voor de LRA zullen worden.

De militaire woordvoerder van Monusco (de VN-vredesmacht in Congo) heeft onlangs verklaard dat de gewapende capaciteit van het LRA dramatisch verzwakt is. Dit is echter niet bijzonder relevant in deze context: het schrijnende aan dit conflict is immers dat de LRA met een minimum aan middelen en manschappen een maximum aan terreur kan veroorzaken. Zo toont een Human Rights Watch rapport bijvoorbeeld aan dat eind 2009 ongeveer dertig LRA rebellen meer dan driehonderd Congolese burgers hebben gedood, en nog veel meer burgers op de vlucht hebben doen slaan. De weinige aandacht en actie die er nog is, lijkt ongecoördineerd, en onvoldoende om de nodige bescherming te bieden en een eind te stellen aan de terreur van het LRA.

Vraag is nu wat het juiste antwoord is. Er wordt voortdurend gepleit om het LRA-vraagstuk op de internationale agenda te houden. De bereidheid om echt op te treden is echter nooit zo klein geweest, vooral nu de internationale aandacht verder verschuift naar de Hoorn van Afrika. We pleiten er daarom voor om een militaire aanpak te combineren met een politieke strategie. Wat dit eerste betreft, is de enige resterende optie allicht het initiatief van de African Union. Dit kan enkel slagen wanneer ondermeer de Europese Unie voldoende inspanningen levert om de capaciteit van de Afrikaanse Unie te versterken. Wat de tweede optie (de politieke strategie) betreft, moet ondermeer het Congolese regime onder druk worden gezet en op zijn verantwoordelijkheden worden gewezen. Tevens zijn contacten en onderhandelingen met het LRA, hoe moeilijk ook, de enige duurzame uitweg uit dit conflict.

Kristof Titeca (Universiteit Antwerpen), Joost van Puijenbroek (IKV Pax Christi), Koen Vlassenroot (Universiteit Gent)

Afrika

Reageren? Praat mee op Facebook en Twitter.