paxvoorvrede.nl maakt gebruik van cookies om je de inhoud van deze website optimaal te kunnen presenteren.

https://www.paxvoorvrede.nl/actueel/nieuwsberichten/achter-ieder-gezicht-zit-een-verhaal?utm_source=home&utm_medium=photobanner&utm_campaign=abdelilah

Achter ieder gezicht zit een verhaal

30-08-2019

Een ander écht te durven leren kennen, daar is moed voor nodig. Het is ontzettend belangrijk, maar vaak makkelijker gezegd dan gedaan. PAX moedigt mensen aan om over hun eigen zichtbare én onzichtbare grenzen heen te kijken. Abdelilah durfde zijn verhaal op een originele manier te delen.

En wat kun je verder doen?

Lees het verhaal van Abdelilah

Wie ontmoet jij in de Vredesweek?

Schrijf je in voor onze Action Alert

INTERVIEW

'Ik voelde me gelukkig en schuldig, angstig en vrij'

Uit vrije wil teruggaan naar vluchtelingenkampen waarin je zelf hebt liggen creperen. De Utrechtse Syriër Abdelilah deed het deze zomer. Als vrijwilliger trok hij naar Griekenland om daar de mensen te helpen die er nog altijd zitten. “Het voelt erg raar om daar nu zomaar te kunnen vertrekken wanneer ik dat wil. Om vrij te zijn, dankzij wat documenten.”

Door Hein Bosman

In Nederland staat hij met het project Verhaal van een vluchteling voor klas. Hij vertelt daarbij zijn kant van het verhaal, hoe het is om te moeten vluchten, over het vluchten zelf ook. Nu spreken we elkaar in het centrum van Utrecht. Een hartelijke begroeting volgt. Het terras roept, in alle vrijheid. “Ik dacht vanochtend even dat ik terug was in Syrië”, zegt Abdelilah, gelukkig met een voorzichtige glimlach. Een paar uur voor onze ontmoeting trok namelijk donder en bliksem over de stad. De harde knallen klonken bekend in de oren, maar waren niet van de fijnste soort herinnering. Het duurde maar kort, het onweer trok verder en de zon verving het. Een meteorologische metafoor voor zijn afgelopen jaren. Angst, geweld en bommen in Syrië, geen enkele status in Turkije, een barre vlucht naar Griekenland, ontberingen in het vluchtelingenkamp, veertien maanden wachten en uiteindelijk de bevrijdende mededeling dat hij naar Nederland mocht.

Nederland op één

Hij had zowaar landen van voorkeur mogen opgeven toen hij in het kamp zat, een top zeven. Op nummer één stond Nederland, op nummer twee ook. Tot en met plek zeven. Hij heeft vooraf onderzoek gedaan en voelde dat Nederland het beste zou passen, ook al krijgen vluchtelingen in Duitsland meer zekerheid en meer financiële steun. Zijn zus woont in Zeist. Hijzelf woont op een plek waar vluchtelingen, studenten en jongeren die weer moeten integreren in de samenleving samen optrekken. Hij is er maar wat blij mee. Nederland stond niet op alle zeven posities vanwege het eten. Want hoewel hij de warme appelbol die hij voorgeschoteld krijgt snel verorbert… het eten in Syrië is beter. “De mensen zijn wel fijn, haha. Op een paar racisten na zijn de mensen hier heel open.”

In Syrië kun je maar beter niet uitkomen voor je mening of afgeven op het dictatoriale bewind. Abdelilah was al vroeg uitgesproken, op zijn 15e. “Mijn familie was blij dat ik vluchtte, dat klinkt raar,  maar mensen die hun mond opentrekken worden zomaar gedood. Een jongetje van twaalf dat op een muur van zijn school het woord vrijheid schreef, is opgepakt en op het politiebureau vermoord. Ik was ook zo en had al snel door dat ik niet meer in Syrië hoorde. Je wordt of vermorzeld door de macht, of je gaat tot de macht horen. Ik kon allebei niet. Ik wil niet doden en ik wil niet dood. In Syrië was er elke dag verlies… vrienden, familie, kennissen, overal wel doden. This is it, dacht ik, I’m going!” Via een tussenstop in Turkije, waar hij kort bij familie in kon trekken maar geen officiële status kreeg of zelfs maar salaris voor het werk dat hij deed, ging hij naar Griekenland. Terug in het land waar hij zo lang vast heeft gezeten, tussen hoop en vrees. “Het kamp, op het eiland Chios, is een plek waar vroeger afval gedumpt werd, nu dumpen ze er mensen. De mensen in het kamp zijn wanhopig. Het zijn Irakezen, Palestijnen, of ze komen uit Afrikaanse landen.”

Eten en aandacht

Abdelilah bracht samen met vrijwilligers uit Engeland, Zweden, Duitsland, Libanon, Afghanistan eten: fruit, groenten, droge dingen als rijst. “En aandacht geven aan de mensen is belangrijk. Ik wilde de bus nemen naar het kamp, maar de taxichauffeurs hebben het busvervoer stopgezet, zodat zij er aan kunnen verdienen. Er zitten nu 1200 mensen in dat kamp, ze zijn later gevlucht dan ik. Sommigen krijgen pas in 2021 hun eerste gesprek zodat ze dan pas weten of ze een kans maken op asiel. Toen ik zelf in zo’n kamp zat was het weer vreselijk. Iedereen zat in kleine lekkende tentjes, de wind waaide er dwars doorheen, de regen was overal. Het was koud, nat, en dat heel lang. Iedereen was onzeker, iedereen met eigen trauma’s. En nu kon ik er gewoon weer vertrekken. Het enige dat nu anders is: ik heb documenten. Maar ik ben dezelfde persoon. Het voelt oneerlijk. Ik heb bewust de boot genomen, net als toen ik moest vluchten. Ik betaalde nu 25 euro en de reis was rustig, de zee kalm. Toen betaalde ik 800 euro voor de vreselijkste ervaring van mijn leven, maar ik heb het gered. Waarom ik de boot nam in plaats van gewoon het vliegtuig? Ik wilde mijn angsten onder ogen komen. Deze keer was ik zeker dat ik niet zou verdrinken. Ik voelde me toch angstig, ook vrij en gelukkig en schuldig.”

En nu zit je hier, vrij op een terrasje. Spreek je je familie vaak?

“Zeker, ik bel ze. Mijn moeder ook, ik mis haar het meest van alles. Soms wordt ze een beetje boos, als we bellen en ik Syrische woorden vergeten blijk te zijn. Ik mis Syrië wel, ondanks alles. De zuurstof… nee, wat is het woord, de geur, de lucht… dat inademen voelt als het paradijs.”

Wat ga je nu doen? Je bent 23, jong genoeg om te studeren.

“Ik voel me ouder, oud zelfs. Ik moest veel volwassener zijn dan bij mijn leeftijd paste. I had to grow up faster. Maar ik ga weer ICT studeren, mbo-niveau 4. Eerst moest ik een niveau lager beginnen omdat mijn Syrische diploma hier niet geldig is. Maar na een examen mag ik toch hoger instromen. Ik heb er veel zin in.”

Nu nog wennen aan al die roosters zeker?

“Ja, dat punctuele heb ik nog niet onder de knie. Heb steeds het gevoel dat ik te laat ben, haha, alhoewel jij en je collega’s zeggen dat het reuze meevalt.”

Ach… zo erg ben je niet. Ik heb Nederlandse vrienden op wie het langer wachten is. Op obers soms ook. Daarover gesproken, nog een kopje thee?

“Graag. Weet je, het is luxe hier. De kinderen zijn gezegend dat ze naar school kunnen. Ze hebben zoveel mogelijkheden. Ik vertel het ze bij elke presentatie die ik aan klassen geef weer. In Syrië is er een hele generatie die niet naar school kan. In het begin vond ik het fijn, geen huiswerk… maar al snel mis je je klasgenoten, en de school zelf ook. Gelukkig voel ik een sterke connectie met de kinderen hier. Ze luisteren echt, misschien omdat ik op hun leeftijd zo aan het strugglen was.”

En terug naar Syrië, zie je dat zitten?

“Het is lastig. Assad zit er nog. Zolang hij aan de macht is, durf ik Syrië niet in. Er zijn mensen teruggegaan en die werden meteen opgepakt door de overheid. Maar die lucht, die heerlijke Syrische zuurstof…”

Het interview met Abdelilah is ook in de Vredesweekeditie van PAX Magazine verschenen.

Verhaal van een vluchteling is een samenwerking tussen PAX en Critical Mass en wordt gesteund door de Nationale Postcode Loterij.

Reageren? Praat mee op Facebook en Twitter.