paxvoorvrede.nl maakt gebruik van cookies om je de inhoud van deze website optimaal te kunnen presenteren.

https://www.paxvoorvrede.nl/actueel/dossiers/vluchtelingen-het-verhaal/vluchtelingen-vertellen-hun-verhaal/reportage-onbekend-maakt-onbemind

Reportage: Onbekend maakt onbemind

Iedereen is stil in de klas, de docente glimlacht licht gespannen. De 29-jarige Ammar, gevlucht uit Syrië zit voorin het lokaal en begint te vertellen; “Hallo ik ben Ammar ik sprek en beetje Nederland”. Hij gaat verder in het Engels: “You probably heard a lot in the media about refugees and the situation in Syria, I come here to tell you the real story.”

Voor de pilot van de PAX scholentour met vluchtelingen sprak Ammar als vrijwilliger in oktober met meer dan honderd jongeren van het ROC Helmond. Het project is een reactie op de noodkreet van docenten, die niet weten hoe ze op school met de vluchtelingendiscussie om moeten gaan. Vaak hebben ze heftige discussies gezien tussen leerlingen, waarvan sommige zelfs uit de hand dreigden te lopen.
    
“Ik sprek en beetje Nederland”
Ammar houdt binnen graag zijn jas aan, zelden doet hij hem uit. Als hij een klaslokaal binnenloopt, zegt hij niet zo veel. Hij gaat eerst zitten en bestudeert zijn publiek. Na een introductie van de docent stelt hij zichzelf altijd voor in het Nederlands en vertelt dat hij sinds juli dit jaar een cursus volgt. Het veroorzaakt altijd hetzelfde effect bij de leerlingen. Ze zijn onder de indruk, dat hij als vluchteling zo snel Nederlandse woorden kent. ”Wow je spreekt Nederlands zo knap”, wordt er geroepen. Wat hen ook verbaast is dat Ammar er zo normaal uitziet: “Je ziet er helemaal niet uit als een vluchteling.”

De rest van het gesprek spreekt Ammar altijd Engels. Er wordt vertaald door de docent of aanwezige PAX-medewerker. In elke klas is het stil als hij het woord neemt. Leerlingen zitten soms letterlijk op het puntje van hun stoel naar Ammar toe leunend.

“Ik wilde geen moordenaar zijn”
Ammar vertelt over zijn leven in Syrië. Hij groeide op in de provincie Idleb samen met zijn ouders,  twee broers en een zus. Toen hij twintig werd verhuisde hij naar Aleppo, de economische hoofdstad van Syrië, om te studeren aan de universiteit. Een maand na het einde van zijn studie ontvluchtte hij zijn land om te voorkomen dat hij een moordenaar werd: “I got called for the army of Assad.”

Als jongens achttien worden in Syrië zijn ze verplicht in het leger van Assad te vechten, wie studeert krijgt uitstel. Wie weigert wordt opgehaald en naar de gevangenis gebracht. Van sommige jonge mannen wordt nooit meer iets vernomen.

“Wat is een Assad?” vraagt een leerling. Ammar legt uit dat Bashar Hafiz al-Assad de leider van Syrië is en afkomstig van een familie die al 45 jaar (sinds 1970) aan de macht is in het land. Hij laat een filmpje zien van ‘barrel bombs’, die op dit moment op Syrische burgers worden gegooid. “Wat erg! Verschrikkelijk!” wordt er geroepen vanuit de klas. Sommige leerlingen wiebelen wat onrustig op hun stoel of wenden hun hoofd af als een bom uiteenspat en ze op de achtergrond een man horen schreeuwen om zijn god. “300.000 people have been killed by the regime of Assad the last 5 years and Europe and the other world’s governments do nothing. I don’t understand why?”, vertelt Ammar.

“Assad is the first and the biggest enemy of Syria right now, not ISIS”. Een jongen reageert met: “Kijk dit weten wij nou nie, en iedereen in Nederland denkt dat vluchtelingen vluchten door ISIS. Die man bombardeert dus gewoon zijn eigen land, die pleurt er gewoon wat op.

Een nieuw begin met een open einde
Ammar vertelt ook over de zware reis vol ontberingen, die mensen moeten afleggen om in Europa te komen: “People don’t come to Europe in rubber boats for a vacation, they want to feel safe.“ Zelf kwam hij legaal naar Nederland, omdat hij was toegelaten voor een master aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam: “I got lucky.”  
 
“Hoe ziet je leven er nu uit?”, vraagt een leerling. Ammar vertelt dat hij al meer dan 1 jaar in Nederland woont en een tijdelijke verblijfsvergunning heeft. Hij volgt taallessen en doet vrijwilligerswerk.  “I like the people and culture, Dutch people are social and direct, just like me.” Hij voelt zich prettig in Nederland. “I like stroopwafels”, zegt Ammar en begint te lachen, de klas lacht met hem mee.

“Hoe gaat het met je familie?”, vraagt een leerling met een oprecht bezorgd gezicht. De hele familie van Ammar is gevlucht, behalve zijn vader. Die weigert zijn land, huis en landgoed te verlaten, ondanks de smeekbeden van zijn familie en het dreigende gevaar van de dagelijkse bombardementen. De meeste oudere mensen blijven in Syrië. “Old people find it hard to leave everything behind and start all over again”, legt Ammar uit .

Aan het einde van het gesprek geeft Ammar een laatste boodschap mee: “When you hear stories in the media, always try to see them from different perspectives”. De klas knikt overtuigend ja.

“It stirred things up in a positive way”
Elk bezoek van Ammar is anders. Er spelen veel factoren mee die van invloed zijn zoals bijvoorbeeld recente gebeurtenissen in de wereld en de groepsdynamiek binnen een klas. Docenten zijn altijd blij als Ammar hun klas bezoekt, maar je ziet ook een spanning omdat ze niet weten hoe hun leerlingen gaan reageren.

Na een bezoek van Ammar vertelt een docent: “Een aantal studenten zijn naar mij toe gekomen en geven aan dat ze anders zijn gaan denken en thuis over het bezoek hebben gepraat.” Een andere docent zegt: “Ik heb vaker gastsprekers gehad en weet dat leerlingen daar het beste op reageren; onbekend maakt onbemind.”

Als Ammar een week later dezelfde school bezoekt, treft hij een van de leerlingen in de wandelgangen. “Hey Ammar hoe gaat het?”, ze schudden elkaar de hand en maken een grapje. Ze zijn niet langer vreemden maar vrienden.

Nodig ook een Syrische vluchteling uit